We hadden een
zesdaagse jungle trip geboekt met een groep van zes man. De eerste dag hebben we
twaalf uur (!!) in de bus gezeten hebben op een onverharde en hobbelige weg naar
Pilcopata. De enige lodge met internet en elektriciteit.
De tweede dag
tien (!!) uur met de boot naar ‘Blanquillo Lodge’, een zeer romantische
lodge. Het donkere pad naar de lodge was geheel met olielampen verlicht. ‘s
Avonds op de catamaran op zoek naar kaaimannen, en gids Nicolas probeerde ze met
blote handen uit het water te vissen, net Steve Irwin, maar dan minder
succesvol.
De derde dag
om 4:30 opgestaan om de beste plaatsen te bemachtigen op een gecamoufleerde
catamaran die voor anker ging voor een muur met klei (clay lick).
Tijdens ons
ontbijtje wachtten we hier op de eerste papagaaien die massaal van de klei komen
likken. Daarna komen de grote rood-blauwe papagaaien (macaws) met tientallen
tegelijk van de klei peuzelen. In onze gecamoufleerde boot zagen we ze op 20
meter afstand. Geweldig!
Daarna één
van de hoogtepunten: wel drie seconden zagen we de zeer zeldzame jaguar. Wauw!
Helaas net te kort om een foto te nemen. Dan maar aan land gaan, en foto’s
maken van de voetsporen. Je moet toch wat als toerist!
Vervolgens met
zijn zessen, de gids en twee helpers, op een catamaran gegaan. De catamaran zat
vast met een slot waarvan we niet de goede sleutel hadden, maar met een beetje
insectrepellent ging het toch open. Op de catamaran, voorzien van keurige
tuinstoeltjes, gingen we op zoek naar de Giant Otters. Helaas hadden ze weekend.
Geslapen in ‘Boca Manu Lodge’ waar men koude cerveza had, en stroom vanaf
18:00.
De vierde dag
hebben we de twee Amerikanen afgezet op het vliegveld van Boca Manu en hadden we
zelf de kans om wat boodschappen te doen (sigaretten, bier, wijn en snickers,
want het voedsel van cook Betty dwong ons tot maatregelen).
Daarna met de
boot naar het Zona Reservada (7 uur!) waar
we de tenten op een platform opzetten bij het Otorongo Lake. Helaas deed de
gasfles het niet meer, zodat Betty’s maaltijd bestond uit broodjes tonijn en
kaas. Niet eens zo slecht!
De vijfde dag
zijn we eerst gaan wandelen (zonder ontbijt) en vooral veel apen gezien. Met
stijve nek (steeds omhoog kijken naar die rotapen) het ontbijt genuttigd bij een
buurlodge die ons gasprobleem oploste.
Daarna zo’n
drie uur gewandeld naar een andere lodge/klein dorpje voor de lunch en een goed
toilet. Zonder enige hoop iets zinnigs te zien in de regenachtige koude jungle
zijn we op de catamaran gestapt. En jawel hoor… Een hele familie ( 7 stuks)
Giant Otters heette ons luidkeels welkom. Wat een grote beesten en wat hebben ze
een plezier in het water. Later hebben we in de cantina van onze camp site bij
kaarslicht het dagboek bijgewerkt.
De zesde dag
naar Boca Manu airport. Dit is echt gillen: Eén groot grasveld (landingsbaan)
en een groot rieten huis waar je verondersteld wordt in te checken en airtax te
betalen. In het rieten huisje zit zeven man personeel in een 27MC bakkie te blèren
wanneer het volgende vliegtuigje komt. Helaas voor ons, vandaag geen vlucht! Dus
konden we niet anders dan met de groep meegaan voor de tweedaagse trip terug
naar Cusco. Gelukkig had Vilca via de radio geregeld dat onze busreis naar Puno
en ons hotel daar twee dagen werden verzet.
We konden nog een stop maken in
‘Boca Manu shopping center’ waar we genoeg wijn, sigaretten en
overlevingsrantsoen konden inslaan voor deze twee extra dagen. Je weet het maar
nooit met onze kok Betty! Gelukkig maar, want op de rivier richting Atalaya
bestond onze uitgebreide lunch uit twee aardappelen met saus en een half
ei….Jammie!
De
overnachting was in één van de mooiste lodges met privé badkamer waar Bas een
heerlijke koude douche nam en zich schoor zonder spiegel… Survival!
’s Avonds
tussen de apen en tucans een uur gewandeld naar het Tapir look-out point (10
minuten van te voren laatste plaspauze vanwege het territorium van de tapirs).
Na 1,5 in het donker op een matras gelegen te hebben (Nicolas snurkte zelfs)
geen tapirs. Wel hadden we het erg koud, hadden we honger en moesten we weer
plassen. Gelukkig bracht Alex, gewapend met een kapmes ons terug voor een
heerlijk koud diner. We werden maar weer verwend!
De zevende dag
was een vaardag, stroomopwaarts, terug naar Atalaya. Vanwege het ondiepe water
moesten we met zijn allen twee keer de boot uit om deze stroomopwaarts te duwen.
Terwijl iedereen duwden, wilde Bas persé een foto maken en daardoor tuimelden
pardoes een toerist in het koude water.
Daarna een uur
in de bus om in Pilcopata aan te komen. Hier snel internetten en thuis laten
weten dat, ondanks dat er geen vlucht was, alles goed met ons was. Toch
ongelofelijk dat er aan de rand van de jungle internet is!
De achtste dag
bestond uit een elf uur durende busreis, langs diepe afgronden, terug naar Cusco
waar we zonder mokken $240 terugkregen voor de tickets. Later bleek ook dat de
busreis en ons hotel keurig verzet waren. Prima werk van Vilca!
In ons hotel
een heerlijke warme douche genomen. We wisten na een week bijna niet meer wat
dat was. Weer een heerlijke pizza gegeten, naast een buurman die cuy aan het
eten was. Hij vond hem droog en niet lekker. Geen cavia bestellen dus!
‘s Middags
zijn we met Edgar en een privé chauffeur naar een festival gegaan. Geweldige
parade van mooi aangeklede groepen dorpsbewoners. Ieder in hun eigen stijl. Veel
muziek, dansen en foto’s. Erg leuk dat we dit jaarlijkse festival konden
meemaken.
Lake Titicaca
Voor de
verandering kregen we ook bij het ontbijt heerlijk droge aardappelen met een
klein stukje gefrituurd ei. Hiermee was de familie omgedoopt tot de ‘Familia
Papas’.
Vriendelijk uitgezwaaid door onze familie gingen we
door naar het volgende eiland Tanquille, waar we een wandeling van twee uur
gemaakt hebben naar Plaza Armas. Daar konden we eindelijk een normale sandwich
bestellen.
Nog verder over het eiland gewandeld waar onze gids in beroerd Engels
en Spaans (wat was het verschil?) iets probeerde uit te leggen.